Rits inzetten is een van die klusjes die veel naaisters uitstellen. Toch zijn er maar drie soorten ritsen die je in kleding echt tegenkomt: de blinde rits in rokken en jurken, de rits met overslag in klassieke rokken en jurken, en de gulprits in broeken. Alle drie hebben een vaste volgorde, en wie die volgt, krijgt een rits die vlak ligt en niet golft.
Omdat de techniek verwant is, behandelen we in hetzelfde artikel ook de paspelzak: de ingezette zak met één of twee smalle biesjes die je op colberts, broeken en rokken ziet. Beide vragen om nauwkeurig markeren, de juiste tussenvoering en geduld bij de hoeken.
Voorbereiding: rits, tussenvoering en naadtoeslag
Kies een rits die 2 à 3 cm langer is dan de opening, of precies even lang als het patroon aangeeft. Een rits die te kort is, maakt het aantrekken lastig en laat de onderkant van de opening scheuren. Blinde ritsen zijn er in dun en middelzwaar; voor een wollen rok neem je geen te lichte rits. Voor een broek gebruik je een stevige metalen of kunststof gulprits.
Strijk een strookje opstrijkbare tussenvoering van 2 cm breed op de naadtoeslag waar de rits komt. Dat voorkomt dat de stof uitrekt tijdens het stikken, vooral bij schuin geknipte rokken en bij tricot. Werk de naadtoeslagen af met de lockmachine of zigzag voordat je de rits inzet; achteraf kun je er vaak niet meer goed bij.
Controleer de naadtoeslag. Voor een rits met overslag heb je minstens 1,5 cm toeslag nodig, liever 2 cm. Bij een blinde rits volstaat 1 à 1,5 cm. Bij een gulp hoort het patroon een aangeknipte gulpbeleg of een aparte gulpstrook te hebben.
Blinde rits inzetten
Een blinde rits is na het inzetten alleen te zien als een naad met een klein lipje bovenaan. Hij wordt ingezet voordat de naad eronder gesloten is. Strijk de tanden van de rits eerst plat open met een lauw strijkijzer, zodat de naald dicht bij de tanden kan komen.
Leg de rits open, met de tanden op de naadlijn, rechts op rechts op het linker pand. Stik met een blindritsvoetje vanaf de bovenkant tot zo ver mogelijk naar beneden, tot je het lipje raakt. Doe hetzelfde met de andere kant op het rechter pand en controleer dat de taillenaad of de boord aan beide kanten op dezelfde hoogte uitkomt. Sluit daarna de naad onder de rits met een gewoon ritsvoetje, beginnend 1 cm boven en iets naast het einde van de ritsnaad.
Bij een jurk met voering zet je de rits eerst in de buitenstof en stik je daarna de voering met de hand of machinaal langs het ritslint.
Tip van de vakvrouw
Rijg de eerste kant, sluit de rits en teken met krijt op het tweede ritslint waar de taillenaad en de bovenrand komen. Zo ligt een dwarsnaad aan beide kanten van de rits precies op dezelfde hoogte.
Rits inzetten met overslag
Bij een rits met overslag valt een klepje stof over de rits, zodat je hem niet ziet. Het is de klassieke methode voor rokken en jurken in de kleermakerij, en zeer geschikt voor stoffen waarbij een blinde rits niet mooi wordt, zoals dikke wol.
Sluit de naad tot het einde van de ritsopening en rijg de opening dicht. Pers de naad open. Vouw de linker naadtoeslag 3 mm voorbij de naadlijn naar binnen, zodat er een smal randje ontstaat; stik die kant vlak naast de tanden op het ritslint. Leg daarna de rechterkant over de rits, met de vouw over de eerste stiknaad, en stik van de goede kant op 1 à 1,2 cm van de vouw de overslag vast, met een rechte dwarssteek onderaan.
Gebruik een strook plakband als stikgeleider op de goede kant: plak hem langs de vouw en stik langs de rand. Haal na het stikken de rijgsteken weg.
- 1.Sluit de naad tot het einde van de opening en rijg de opening dicht.
- 2.Pers de naad open.
- 3.Stik de onderste kant van de rits langs een smalle vouw vast.
- 4.Leg de overslag over de rits en stik van de goede kant op 1 à 1,2 cm.
- 5.Stik onderaan een korte dwarssteek en haal de rijgsteken weg.
Rits inzetten broek: de gulp
Een gulprits ziet er ingewikkeld uit, maar is in feite een rits met overslag met een extra beleg. Een damesbroek heeft de overslag meestal van rechts over links, een herenbroek van links over rechts. Volg je patroon, want die richting zit in de vorm van het beleg en de gulpstrook.
Sluit eerst de kruisnaad tot het onderste punt van de gulp. Vouw het gulpbeleg aan het voorpand van de overslagkant om en pers. Naai de rits met één lint op de gulpstrook (het onderste, losse deel) en stik dat geheel vast op de andere kant van het voorpand, langs de vouw. Leg daarna het voorpand met het beleg over de rits, speld vast en stik het andere ritslint alleen op het beleg, niet op het voorpand.
Tot slot stik je van de goede kant de zichtbare J-vormige stiknaad door het voorpand en het beleg. Teken die lijn met een sjabloon of krijt; bij een herenpantalon ligt hij gewoonlijk 3,5 à 4 cm van de voorkant. Zet onderaan een trens met een paar dichte zigzagsteken voor stevigheid.
Tip van de vakvrouw
Kies de rits voor een broek liever iets te lang. Je zet hem in met het lipje boven de tailleband, naait de tailleband erover en knipt het overtollige deel pas daarna af. Zo hoeft de naaivoet nooit om het lipje heen.
Paspelzak maken: de basis
Een paspelzak, ook wel bieszak genoemd, is een ingezette zak met een of twee smalle biesjes langs een opening. De zakken zelf hangen aan de binnenkant. Een enkele paspel of leistenzak heeft één bredere strook, een dubbele paspel twee smalle biesjes van ongeveer 5 à 6 mm. Je vindt ze op colberts, broeken (achterzak), rokken en jassen.
Het geheim zit in het markeren en in de tussenvoering. Strijk aan de verkeerde kant een rechthoek tussenvoering van ongeveer 5 cm hoog en 4 cm breder dan de opening onder de plek van de zak. Teken op de tussenvoering de opening: een middenlijn en twee stiklijnen erboven en eronder, op de breedte van een biesje, en de twee eindlijnen.
Voor een dubbele paspel knip je twee biesstroken van ongeveer 4 cm breed en 4 cm langer dan de opening, met de draad mee of, bij een geruite stof, schuin van draad zodat je de ruit niet hoeft te passen. Vouw ze in de lengte dubbel en pers ze.
Paspelzak stap voor stap
Een paspelzak lijkt veel stappen te hebben, maar elke stap is eenvoudig. Werk langzaam en controleer na elke stap of alles recht ligt; scheef gestikte lijnen kun je na het inknippen niet meer corrigeren.
- 1.Leg de biesstroken met de open randen tegen de middenlijn, op de goede kant.
- 2.Stik elk biesje vast op de getekende stiklijn, precies tot de eindlijnen. Hecht af met kleine steken.
- 3.Controleer aan de verkeerde kant of beide stiklijnen even lang en evenwijdig zijn.
- 4.Knip in het midden tussen de stiklijnen in, en knip aan beide uiteinden een V tot vlak bij de laatste steek. Knip niet door de steek heen.
- 5.Duw de biesjes door de opening naar binnen en pers de driehoekjes aan de uiteinden naar buiten.
- 6.Stik de driehoekjes vast op de biesjes, heen en weer, vlak langs de vouw.
- 7.Naai de zakdelen aan de onderste bies en de bovenste naadtoeslag, stik de zakdelen rondom dicht.
Tip van de vakvrouw
Oefen eerst op een restje van dezelfde stof met dezelfde tussenvoering. Een proefzak kost een kwartier en laat je zien of de breedte van de biesjes bij de dikte van je stof past.
Veelvoorkomende fouten bij rits en paspel
Golvende ritsen ontstaan bijna altijd doordat de stof uitrekt terwijl het ritslint dat niet doet. Tussenvoering op de naadtoeslag en een iets langere steek lossen dat op. Een rits die onderaan een bobbel geeft, zit meestal te ver van de naad af of de onderste naad is niet aansluitend gestikt.
Bij paspelzakken zie je rafelige hoeken als je niet ver genoeg hebt ingeknipt, en gaatjes als je juist te ver bent gegaan. Ook ongelijke biesjes komen veel voor. Bij een patroon dat op je eigen maten is gemaakt, zoals een rok- of broekpatroon van Minerva, ligt de plek van de zak al in verhouding tot je taille en heup; dan hoef je de zakplaatsing niet te verschuiven en kun je je volledig op de techniek richten.
- Rits golft: tussenvoering vergeten of stof uitgerekt bij het stikken.
- Dwarsnaad niet gelijk: de tweede kant niet gemarkeerd vóór het stikken.
- Gulp trekt scheef: J-naad niet met sjabloon getekend.
- Paspelhoek rafelt: V-insnijding te kort.
- Biesjes ongelijk breed: biesstroken niet even breed geperst of niet op de lijn gestikt.
Veelgestelde vragen
Welke rits gebruik ik voor een rok?
Voor de meeste rokken een blinde rits van 18 à 20 cm, in de achternaad of zijnaad. Bij een wollen rok of een klassiek model kun je ook een gewone rits met overslag gebruiken.
Heb ik een speciaal voetje nodig voor een blinde rits?
Een blindritsvoetje maakt het een stuk makkelijker, omdat het de tanden opzij rolt zodat je er vlak naast stikt. Met een gewoon ritsvoetje lukt het ook, maar dan blijft de rits vaak iets zichtbaar.
Aan welke kant zit de overslag van een gulp?
Bij damesbroeken meestal rechts over links, bij herenbroeken links over rechts. Het patroon geeft het aan via de vorm van het beleg.
Wat is het verschil tussen een paspelzak en een leistenzak?
Een paspelzak heeft één of twee smalle biesjes langs de opening. Een leistenzak heeft één bredere, rechte strook die omhoog staat, zoals de borstzak van een colbert.
Kan ik een paspelzak maken zonder tussenvoering?
Liever niet. Zonder tussenvoering rekt de stof bij het inknippen uit en worden de hoeken rafelig. Een dunne opstrijkbare tussenvoering achter de opening is genoeg.
Minerva Patterns
Digitale naaipatronen op maat, klaar om te knippen
Elk patroon wordt op jouw maten gemaakt en geleverd als PDF (A4, A0, projector), DXF AAMA en PLT – om te printen, plotten of projecteren.
Bekijk de patronencatalogus