Professional made-to-measure digital sewing patterns — PDF · PLT · DXF AAMA

Minervainervabeta
Naaitechnieken

Kraag naaien: staande kraag, kraag met staander, reverskraag en platte kraag

2 november 20267 min leestijd

Kraag naaien is het moment waarop een blouse of jasje van ‘zelfgemaakt’ naar ‘gemaakt’ gaat. De kraag zit vlak onder het gezicht, dus een punt die niet scherp is, een bovenkraag die naar buiten rolt of een halsnaad die rimpelt, zie je meteen. Het goede nieuws: bijna alle kraagproblemen komen voort uit een handvol oorzaken, en die kun je allemaal vóór het stikken voorkomen.

In dit artikel bespreken we de vier kraagtypes die je in patronen het vaakst tegenkomt: de platte kraag, de opstaande kraag, de kraag met staander zoals op een overhemd en de reverskraag van een jasje of blazer. Per type lees je hoe de patroondelen in elkaar zitten, welke tussenvoering je kiest en in welke volgorde je naait.

Hoe een kraag is opgebouwd

Vrijwel elke kraag bestaat uit een bovenkraag en een onderkraag. De bovenkraag is de kant die je ziet, de onderkraag ligt tegen de hals of het kledingstuk. Bij een goed patroon is de bovenkraag aan de buitenranden 2 tot 4 mm groter dan de onderkraag. Die extra ruimte heet de rolruimte: hij zorgt ervoor dat de naad na het keren net naar de onderkant rolt en niet zichtbaar wordt. Bij dikke wollen stof is het verschil groter, bij dunne katoen kleiner.

De halsnaad van de kraag moet precies passen op de halslijn van het lijf. Controleer dat altijd door de naadlijnen met een rolmaat of een op zijn kant gezette centimeter na te meten, vóór je knipt. Een verschil van een halve centimeter kun je nog inhalen, maar bij meer is er iets mis met het patroon of met de maat die je gekozen hebt.

Let ook op de draadrichting. De meeste kragen worden met de draad mee geknipt, met de middenachter op de draad. Een onderkraag van een jasje wordt vaak schuin van draad geknipt en in het midden doorgezet, zodat hij soepel om de hals buigt.

Tussenvoering kiezen en aanbrengen

Zonder tussenvoering zakt een kraag in en krijgen punten geen vorm. Opstrijkbare vlieseline of geweven opstrijkbare tussenvoering is voor de meeste kragen prima. Kies de tussenvoering altijd iets lichter dan je stof: een blousekraag van viscose krijgt een zachte, dunne vlieseline, een overhemdkraag van popeline een stevigere geweven kwaliteit.

Strijk de tussenvoering in principe op de bovenkraag, zodat de naadtoeslagen zich niet door de zichtbare kant heen aftekenen. Bij een overhemd met staander wordt soms juist de onderkraag verstevigd; volg dan de aanwijzingen in je patroon. Knip de tussenvoering zonder naadtoeslag of met een smalle toeslag van een paar millimeter, en knip de punten schuin af zodat er geen dikke laag in de punt komt.

Tip van de vakvrouw

Doe altijd een proefje op een restje van je stof. Sommige vlieselines geven bellen of laten een glanzende rand achter op viscose en zijde. Strijk met een persdoek en houd het strijkijzer stil in plaats van te schuiven.

Platte kraag naaien

Een platte kraag, zoals een Peter Pan-kraag of matrozenkraag, ligt vlak op het lijf. De halslijn van de kraag volgt bijna exact de halslijn van het lijf; daarom is dit het makkelijkste kraagtype om mee te beginnen. Het risico zit vooral in ronde randen die golven en in een halsnaad die niet netjes afsluit.

Stik boven- en onderkraag rechts op rechts langs de buitenrand en laat de halslijn open. Knip de naadtoeslag terug tot 3 à 4 mm en knip in de bochten kleine inkepingen. Keer de kraag, rol de naad met je vingers net naar de onderkant en pers. Daarna rijg je de kraag op de halslijn, leg je het beleg erover en stik je alles in één keer vast.

  1. 1.Stik de buitenrand met een iets kortere steek (2 mm) in de bochten voor een vloeiende lijn.
  2. 2.Gradeer de naadtoeslagen: de toeslag van de bovenkraag laat je iets breder dan die van de onderkraag.
  3. 3.Stik de onderkraag door, dat wil zeggen dat je de naadtoeslagen op 2 mm naast de naad op de onderkraag vaststikt. Zo rolt de kraag vanzelf naar binnen.
  4. 4.Werk de halslijn af met een beleg of een schuin bies; knip de naadtoeslag in voordat je keert.

Opstaande kraag naaien

Een opstaande kraag, ook wel staande kraag of maokraag genoemd, is een strook die rechtop om de hals staat. Hij heeft geen omgeslagen deel. Hoe rechter de onderrand van het patroondeel, hoe verder de kraag van de hals af staat; hoe sterker gebogen, hoe dichter hij tegen de hals aan ligt.

Naai eerst de buitenkraag aan de halslijn van het lijf, rechts op rechts, met de inkepingen op middenachter en schouder op elkaar. Knip de naadtoeslag van de halslijn in tot vlak bij de stiklijn, zodat de bocht kan openen. Stik daarna de binnenkraag aan de buitenkraag langs de bovenrand, keer, en werk de binnenkant af door de naadtoeslag om te vouwen en met de hand of in de naad af te stikken.

Een veelgemaakte fout is dat de voorkant van de kraag niet gelijk uitkomt met de voorkant van het lijf. Markeer het eindpunt van de stiklijn op beide delen met een speld en stik precies tot dat punt, niet tot de rand van de stof.

Naaien kraag met staander: de overhemdkraag

Een kraag met staander bestaat uit twee delen: de kraag zelf, die omslaat, en de staander, het smalle deel dat om de hals sluit en de knoop draagt. Dit is de klassieke overhemd- en blousekraag. Je naait eerst de kraag als een kleine platte kraag: boven- en onderkraag stikken, terugknippen, punten afknippen, keren en doorstikken op 5 of 6 mm van de rand.

Leg daarna de kraag tussen de twee staanderdelen en stik de bovenrand van de staander dicht, beginnend en eindigend precies op de voorste markering. Pas op dat de kraag aan beide kanten even ver van het voorste eind van de staander begint. Naai vervolgens de buitenste staander op de halslijn, vouw de binnenste staander om en stik hem van de goede kant door, rondom de staander.

De ronde hoeken van de staander zijn het lastigste. Stik ze met een sjabloon van karton, knip de naadtoeslag terug tot 3 mm en duw de bocht na het keren met een keerpen of houten stokje in vorm.

Tip van de vakvrouw

Stik de onderste staanderrand eerst op de binnenkant en stik daarna van de goede kant door. Zo zie je precies waar de doorstiknaad komt en voorkom je dat je de binnenkant mist.

Reverskraag naaien

Een reverskraag combineert een kraag met een omgeslagen revers, het voorpand dat langs de breuklijn naar buiten valt. Waar de kraag en de revers elkaar raken, ontstaat de inkeping: bij een gewone reverskraag een V-vorm, bij een puntrevers een omhoogwijzende punt. Het geheim van een mooie reverskraag zit in het precies stoppen bij het kruispunt van de naden.

Naai eerst de onderkraag aan de halslijn van het lijf en de bovenkraag aan de halslijn van het beleg. Stik in beide gevallen tot het markeringspunt van de inkeping, niet verder, en hecht stevig af. Knip in het lijf en in het beleg tot vlak bij dat punt in, zodat de hoek kan draaien. Leg daarna het beleg met bovenkraag op het lijf met onderkraag, rechts op rechts, en stik de buitenrand in één doorgaande lijn van de onderkant van het voorpand tot aan de middenachter van de kraag.

Op het punt waar de revers overgaat in het voorpand, het breukpunt, verwissel je de rolrichting. Boven het breukpunt moet de naad naar de achterkant van de revers rollen, onder het breukpunt naar de binnenkant van het jasje. Knip daarom de naadtoeslag op het breukpunt in en gradeer de toeslagen in de tegengestelde richting.

  • Gebruik bij een reverskraag een stevige tussenvoering in het voorpand tot voorbij de breuklijn en in de onderkraag.
  • Rijg de breuklijn met een lange steek, zodat je bij het persen weet waar de revers moet vallen.
  • Pers de revers over een persham in zijn uiteindelijke vorm en laat hem afkoelen voordat je het jasje oppakt.

Veelvoorkomende kraagproblemen oplossen

De meeste kraagfouten zie je pas na het keren. Een paar oorzaken komen steeds terug, en met een kleine correctie kun je ze vaak nog redden.

Bij een patroon op maat, zoals je dat bij Minerva bestelt, zijn de halslijn van het lijf en de kraag al op dezelfde maten berekend. Dat neemt het meest voorkomende probleem, een kraag die niet past op de halslijn, grotendeels weg. Wat overblijft is techniek: nauwkeurig knippen, markeren en persen.

  • Bovenkraag rolt naar buiten: te weinig rolruimte of niet doorgestikt. Stik de onderkraag alsnog door of rijg de rand en pers vanaf de onderkant.
  • Ongelijke punten: de stiklijn liep niet symmetrisch. Teken beide punten met een sjabloon op de tussenvoering voordat je stikt.
  • Dikke punten: de naadtoeslag is niet schuin afgeknipt. Knip tot 2 mm van de punt en gradeer.
  • Rimpels in de halsnaad: de naadtoeslag van de halslijn is niet ver genoeg ingeknipt.
  • Kraag staat scheef: de inkepingen op middenachter en schouders zijn niet op elkaar gelegd.

Veelgestelde vragen

Welke tussenvoering gebruik je voor een kraag?

Voor een blousekraag een dunne, zachte opstrijkbare vlieseline; voor een overhemdkraag een stevigere geweven opstrijkbare tussenvoering. De tussenvoering moet altijd iets lichter zijn dan de stof, anders wordt de kraag stijf als karton.

Komt de tussenvoering op de bovenkraag of de onderkraag?

Meestal op de bovenkraag, zodat de naadtoeslagen niet door de zichtbare kant schemeren. Bij sommige overhemdkragen en bij de onderkraag van een jasje wordt juist de onderkant verstevigd; volg dan het patroon.

Wat is het verschil tussen een opstaande kraag en een kraag met staander?

Een opstaande kraag is één strook die rechtop om de hals staat. Een kraag met staander heeft daarnaast een omgeslagen kraagdeel dat op de staander is genaaid, zoals bij een overhemd.

Hoe krijg ik scherpe kraagpunten?

Stik in de punt één of twee schuine steken in plaats van een scherpe hoek, knip de naadtoeslag schuin af tot 2 mm van de stiklijn, en duw de punt na het keren voorzichtig uit met een keerpen. Nooit met een schaar, dan prik je erdoor.

Waarom past mijn kraag niet op de halslijn?

Vaak is de halslijn tijdens het naaien uitgerekt, vooral als hij schuin van draad loopt. Stik de halslijn van het lijf meteen na het knippen door op 1 cm (stay-stitching) zodat hij niet uitrekt, en meet de naadlijnen van kraag en halslijn na voordat je knipt.

Minerva Patterns

Digitale naaipatronen op maat, klaar om te knippen

Elk patroon wordt op jouw maten gemaakt en geleverd als PDF (A4, A0, projector), DXF AAMA en PLT – om te printen, plotten of projecteren.

Bekijk de patronencatalogus
Support

Minerva Support

Online
Support
Hi! I'm Minerva's AI assistant. What can I help you with?