Mouw inzetten is voor veel naaisters het moment waarop het misgaat: kleine plooitjes in de mouwkop, een naad die zich om de schouder draait of een mouw die naar voren of naar achteren hangt. Toch is het geen geheim handwerk. Wie begrijpt waarom de mouwkop groter is dan het armsgat, en hoe je die extra wijdte verdeelt, krijgt bij bijna elke stof een gladde schouder.
In dit artikel lees je wat inhaalwijdte is en hoeveel er bij verschillende kledingstukken hoort, hoe je de mouwkop rimpelt met rijgdraden, in welke volgorde je naait en waar het verschil zit tussen een mouw inzetten in een blouse, een jurk en een getailleerd jasje.
Waarom de mouwkop groter is dan het armsgat
Meet je de naadlijn van een mouwkop en die van het armsgat, dan is de mouwkop bijna altijd langer. Dat verschil heet de inhaalwijdte. Het is nodig omdat je bovenarm en de bal van je schouder rond zijn: een platte strook stof die precies even lang is als het armsgat, ligt strak op de schouder en trekt bij elke beweging.
Hoeveel inhaalwijdte er hoort, hangt af van de stof en het model. Een blouse van dunne viscose heeft genoeg aan 1 à 2 cm. Een jurk met een ingezette mouw zit meestal rond de 2 à 3 cm. Een wollen colbert of een jas kan 3 tot 4,5 cm hebben, omdat wol zich goed laat krimpen met stoom en omdat de schouder daar meer vorm moet krijgen. In stretch tricot is de inhaalwijdte vaak nul of zelfs negatief.
Te veel inhaalwijdte geeft plooitjes die je er met geen strijkijzer uit krijgt; te weinig geeft een mouw die trekt en schuine plooien naar de oksel. Meet het daarom voordat je knipt. Bij een gekocht patroon is dat een snelle controle die je veel lostornen bespaart.
Tip van de vakvrouw
Meet de mouwkop en het armsgat op de naadlijn, niet op de snijrand. Zet de centimeter op zijn kant zodat hij de bocht volgt, of gebruik een flexibele liniaal.
Markeringen: de basis van een goede mouw
Elke mouw heeft markeringen: een inkeping bovenaan in de mouwkop die op de schoudernaad moet komen, een enkele inkeping aan de voorkant en een dubbele aan de achterkant. Op het armsgat staan dezelfde inkepingen. Wie ze tijdens het knippen vergeet over te nemen, gokt later waar de mouw hoort, en precies daardoor gaan mouwen draaien.
Knip de inkepingen kort, 3 tot 4 mm, of markeer ze met krijt. Markeer ook het punt op de mouwkop waar de inhaalwijdte begint en eindigt. Meestal zit de wijdte tussen de voorste en de achterste inkeping, met iets meer aan de achterkant en vrijwel niets in de laatste 5 cm boven de oksel.
Mouw inzetten rimpelen: de mouwkop voorbereiden
De klassieke manier om de inhaalwijdte te verdelen is met twee rijgdraden. Stel de naaimachine in op de langste steek, 4 à 5 mm, en draai de bovenspanning iets losser. Stik één rij op 0,7 cm en één op 1,3 cm van de rand, tussen de voorste en achterste inkeping. Laat de draden aan beide uiteinden lang.
Trek daarna voorzichtig aan de onderdraden. De stof schuift samen en de mouwkop krijgt een bolle vorm. Je bedoeling is niet om rimpels te maken, maar om de stof zo te laten krimpen dat er na het stikken geen enkel plooitje zichtbaar is. Verdeel de wijdte met je duimen, met de meeste inhaal rond het schouderpunt.
Bij wol kun je de mouwkop daarna over een persham of de punt van een mouwplank stomen. Wol laat zich echt krimpen: de kleine rimpeltjes verdwijnen en de mouwkop houdt een ronde vorm. Bij synthetische stoffen werkt dat nauwelijks; daar moet je met minder inhaalwijdte werken.
- 1.Stik twee rijgdraden in de mouwkop tussen de inkepingen, op 0,7 en 1,3 cm van de rand.
- 2.Sluit eerst de onderarmnaad van de mouw en de zijnaad van het lijf.
- 3.Trek de onderdraden aan tot de mouwkop even lang is als het armsgat.
- 4.Speld de mouw met de mouwkant naar je toe in het armsgat: oksel, inkepingen, schouderpunt.
- 5.Verdeel de inhaalwijdte en speld dichtbij elkaar, elke 2 cm.
- 6.Rijg de mouw eerst met de hand of op de lange steek in en controleer de pasvorm.
- 7.Stik op 1 cm vanaf de mouwkant, net binnen de bovenste rijgdraad, en trek de rijgdraden daarna weg.
Mouw inzetten blouse: dunne stoffen
Bij een blouse van katoenvoile, viscose of zijde werkt de rijgdraadmethode, maar met minder inhaalwijdte. Dunne stoffen krimpen niet met stoom, dus elke centimeter extra wordt een plooitje. Merk je bij het spelden dat er te veel wijdte is, haal dan liever 5 mm uit de mouwkop op het patroon dan dat je hem probeert weg te werken.
Bij overhemden en sommige blouses wordt de mouw plat ingezet: je zet de mouw in het armsgat voordat de zijnaden en onderarmnaden dicht zijn. Je stikt dan in één rechte beweging en sluit daarna mouw en zijnaad in één naad. Die methode werkt alleen bij een vrij lage, platte mouwkop met weinig inhaalwijdte, zoals bij een casual overhemd.
Werk de naadtoeslag bij blouses af met een lockersteek of een Franse naad. Een Franse naad in het armsgat is mooi maar vraagt een nauwkeurig gestikte bocht; knip de eerste naad terug tot 3 mm voordat je hem omvouwt.
Mouw inzetten jurk: van pofmouw tot ingezette mouw
Bij een jurk tref je zowel gladde, ingezette mouwen als pofmouwen aan. Een pofmouw heeft bewust veel extra wijdte in de mouwkop, soms 10 cm of meer. Die wijdte zet je niet onzichtbaar in, maar je rimpelt hem in gelijkmatige rimpels tussen twee markeringen boven op de schouder. Hier mogen de rimpels juist zichtbaar zijn.
Een gladde mouw in een jurk zet je in zoals hierboven beschreven. Let bij een jurk met een gesloten rug op de volgorde: meestal wordt de rits eerst ingezet en worden de zijnaden gesloten voordat de mouw erin gaat. Bij tricot jurken kun je de mouw plat inzetten met een overlocker, met de mouw licht gerekt op het armsgat.
Tip van de vakvrouw
Rimpel een pofmouw met drie rijgdraden in plaats van twee. Die extra draad houdt de rimpels rechter en verdeelt ze gelijkmatiger, vooral bij stevige katoen.
Mouw inzetten in een jasje of jas
Bij een colbert of jas speelt behalve de inhaalwijdte ook de structuur een rol: schoudervullingen en een mouwkopvulling. De mouwkopvulling is een strook watten of vlies van 3 à 4 cm breed die in de bovenkant van het armsgat wordt meegestikt. Hij vult de ronding van de mouwkop op en voorkomt dat de naadtoeslag zich door de mouw aftekent.
Zet de mouw in en rijg hem eerst. Trek het jasje aan of zet het op een paspop en kijk of de mouw recht naar beneden valt. De mouw hoort de arm licht naar voren te volgen; hangt hij naar achteren, of zie je schuine plooien op de mouw, haal de mouw dan los en draai hem een halve centimeter in het armsgat. Pas daarna stik je definitief en zet je de vulling erin.
Een patroon op maat helpt hier: als de lengte van het armsgat en de mouwkop al op je eigen schouder en bovenarm zijn berekend, is de inhaalwijdte precies verdeeld zoals het model het bedoelt. Bij Minerva wordt de mouw tegelijk met het lijf naar je maten gegradeerd, zodat mouwkop en armsgat altijd bij elkaar horen.
Problemen herkennen en oplossen
Na het inzetten verraadt de mouw meestal zelf wat er mis is. Schuine plooien van de mouwkop naar voren betekenen dat de mouw te ver naar achteren zit; plooien naar achteren dat hij te ver naar voren zit. Horizontale trekplooien over de bovenarm wijzen op een te smalle mouw of een te lage mouwkop.
Plooitjes in de naad zelf komen bijna altijd door te veel inhaalwijdte of doordat je met de lijfkant naar boven hebt gestikt. Stik altijd met de mouw naar boven, dan zie je de wijdte en kun je hem met je vingers voor de naald uit wegduwen.
- Plooitjes in de mouwkop: minder inhaalwijdte of beter verdelen; bij wol nastomen.
- Mouw draait naar voren of achteren: inkepingen gecontroleerd? Draai de mouw een paar millimeter in het armsgat.
- Trekplooien naar de oksel: te weinig mouwkophoogte of een te smalle bovenarm.
- Kuiltje net onder de schoudernaad: te weinig inhaalwijdte op het schouderpunt of geen mouwkopvulling.
Veelgestelde vragen
Hoeveel inhaalwijdte hoort in een mouwkop?
Ongeveer 1 à 2 cm bij dunne blousestoffen, 2 à 3 cm bij jurken en 3 tot 4,5 cm bij wollen colberts en jassen. Bij stretch tricot is het vaak nul. Meet altijd de naadlijnen van mouwkop en armsgat voordat je knipt.
Waarom krijg ik plooitjes als ik een mouw inzet?
Meestal is er te veel inhaalwijdte voor de stof, of is de wijdte niet gelijkmatig verdeeld. Stik met de mouw naar boven, verdeel de wijdte met rijgdraden en haal desnoods een halve centimeter uit de mouwkop op het patroon.
Wat is het verschil tussen een mouw plat inzetten en rond inzetten?
Bij plat inzetten naai je de mouw in het armsgat voordat zijnaad en onderarmnaad dicht zijn; dat werkt bij overhemden en tricot. Bij rond inzetten sluit je eerst beide naden en zet je de mouw daarna als een ring in het armsgat, wat bij jasjes en getailleerde blouses een mooiere schouder geeft.
Moet ik een mouw met de hand inrijgen?
Bij een jasje of jas zeker: je ziet dan of de mouw goed valt voordat je definitief stikt. Bij een blouse kun je met spelden volstaan als je de spelden dichtbij elkaar zet.
Welke kant stik je bij het inzetten van een mouw?
Stik met de mouw naar boven en het lijf onder. Zo zie je de inhaalwijdte en kun je eventuele plooitjes wegwerken voordat de naald erdoor gaat.
Minerva Patterns
Digitale naaipatronen op maat, klaar om te knippen
Elk patroon wordt op jouw maten gemaakt en geleverd als PDF (A4, A0, projector), DXF AAMA en PLT – om te printen, plotten of projecteren.
Bekijk de patronencatalogus