Materialen
Stofaanbevelingen: soepelvallende tricotstof met gemiddelde rek. Ook nodig: elastisch garen.
Knippen
ALS DE PATRONEN EEN DUBBELE CONTOUR HEBBEN, ZIJN NAADTOESLAGEN INBEGREPEN. ALS DE CONTOUR ENKEL IS, ZIJN DE PATRONEN ZONDER NAADTOESLAGEN. NAADTOESLAGEN: onderrand achterpand – 2.0 cm; halslijn achterpand, armsgat achterpand, zijranden schort – 1.5 cm; overige naden 0.7 cm. LET OP! PRINT EERST DE PAPIEREN PATRONEN UIT EN LEG ZE OP DE STOFBREEDTE (stofbreedte kan van 90 cm tot 150 cm zijn) OM TE BEPALEN HOEVEEL MATERIAAL U NODIG HEEFT.
- Van hoofdstof:
- Achterpand – 2 stuks
- Voorpand onder – 1 stuk
- Voorpand boven – 4 stuks
- Schort - 1 stuk
Tip: Knippartikelen van tricotstoffen worden gestikt met een speciale elastische of smalle zigzagsteek. De zoomtoeslag wordt met een tweelingnaald of op een coversteekmachine gestikt om de elasticiteit te behouden. U kunt de delen ook direct op een 3- of 4-draads overlockmachine stikken.
Naaiinstructies
LET BIJ HET STIKKEN VAN DE DELEN OP DE INKEPINGEN - ZE MOETEN OVEREENKOMEN!
- Stik de middenachternaad. Naadtoeslagen openstrijken en afwerken.
- Zijranden van het schort afwerken, naar de verkeerde kant strijken en doorstikken. Langs de bovenrand en langs de gemarkeerde lijn van het schort een stiksel met losjes gespannen steken leggen en rimpelen.
- Middennaden van de bovenste voorpanddelen stikken, naadtoeslagen strijken. Langs de naad een stiksel met elastisch garen leggen. De bovenste voorpanddelen met de goede kanten op elkaar leggen en de halslijn afwerken, waarbij de bovenrand van het schort ertussen wordt gelegd. Armsgatranden afwerken. Het bovenste voorpanddeel naar de goede kant keren, strijken.
- Het bovenste voorpand aan het onderste deel bevestigen, naadtoeslagen strijken, afwerken.
- Het schort met de goede kant op de verkeerde kant van het onderste voorpand leggen en de onderrand afwerken. Naadtoeslagen strijken en afwerken. Het kledingstuk naar de goede kant keren.
- Halslijn, armsgatranden en onderrand van het achterpand afwerken.
- Zijnaden stikken, waarbij de naad wordt omsloten door de armsgattoeslag van het achterpand en de onderrandtoeslag van het achterpand. Naadtoeslagen van de zijnaad strijken en afwerken. Schoudernaden stikken, waarbij de naad wordt omsloten door de armsgattoeslag van het achterpand en de halslijntoeslag van het achterpand. Naadtoeslagen van de schoudernaad strijken en afwerken. Het kledingstuk naar de goede kant keren.
- De onderrand van het kledingstuk, de armsgatrand en de halslijn van het achterpand naar de verkeerde kant vouwen, strijken en doorstikken.
- Het schort op het voorpand stikken in de naad die de bovenste en onderste voorpanddelen verbindt.
