Knippen
- Van de hoofdstof:
- 1. Midden VOORPAND – 1 STK
- 2. ACHTERPAND – 1 STK
- 3. Zij VOORPAND – 2 STK
- 4. MOUW – 2 STK
- 5. KRAAG – 1 STK
LET OP! Controleer voor aanvang van de werkzaamheden of de tot een ring gestikte KRAAG over het hoofd past.
Tip: Knipdelen van tricotstoffen worden gestikt met een speciale elastische of smalle zigzagsteek. Bij het afwerken met een overlockmachine de NAADTOESLAGEN tot 0.6 – 0.8 cm afsnijden. De zoomtoeslag wordt met een tweelingnaald doorgestikt om de elasticiteit te behouden.
Naaiinstructies
- Leg langs de prinsessenlijnen van het midden VOORPAND een stiksel met losjes gespannen steken en rimpel. Stik de prinsessenlijnen van het VOORPAND, waarbij de NOTCHES overeenkomen. NAADTOESLAGEN afwerken en strijken.
- Stik de schoudernaden. NAADTOESLAGEN afwerken en naar het ACHTERPAND strijken.
- Zet de MOUWEN in de open armsgaten, waarbij de NOTCHES overeenkomen. Naad afwerken en naar de MOUW strijken. Stik de zijnaad en de MOUWnaad in één keer. NAADTOESLAGEN afwerken en naar het ACHTERPAND strijken.
- Vouw de KRAAG dubbel, met de verkeerde kant naar binnen. Zet de KRAAG in de halslijn, waarbij de NOTCHES overeenkomen. De zijkant van de KRAAG bevindt zich bij de linker schoudernaad. De KRAAG-inzetnaad afwerken en strijken.
- Werk de onderkant van het kledingstuk, de onderkant van de MOUW af. Naar de verkeerde kant vouwen, strijken en doorstikken.
